Dagdag Bolivia

Zaterdagochtend had ik een bus van Uyuni naar Potosi. Er was me verteld dat dit 5 uur zou duren zonder tussenstops, maar na 3 uur rijden stopten we ineens. Blijkbaar toch een tussenstop, dacht ik, maar nee, we waren er gewoon al. Ik zat toevallig in de bus bij een Franse jongen, Kevin, die ik in Uyuni al even kort gesproken had. We hebben dan ook maar samen een taxi genomen en sliepen in hetzelfde hostel. Die middag had ik eigenlijk geen plannen, dus vroeg ik Kevin of hij mee wilde naar het Monetary museum. Dit museum bleek super interessant te zijn en ging eigenlijk over de geschiedenis van Potosi.

Potosi is de hoogste stad van de wereld en ligt op 4070m hoogte. De stad is tegen een rode berg opgebouwd. De inwoners van de stad wisten al eeuwen dat deze berg bijzondere mineralen bevatte, maar ze deden er weinig mee omdat de berg ‘gevaarlijk’ was. Toen de Spanjaarden rond 1530 aankwamen in Potosi kwamen zij erachter dat de berg zilver, goud en andere mineralen bevat en hebben ze er een stad gesticht. De 2 opvolgende eeuwen was Potosi een van de rijkste steden ter wereld. Er werd zoveel zilver gevonden dat het in theorie mogelijk was een brug te maken van Bolivia naar Spanje, gemaakt van alleen zilver. Het museum was origineel het gebouw waar het ruwe zilver binnen kwam en waar het werd verwerkt tot bijvoorbeeld munten en medailles. Alle originele machines waren er nog te vinden er er waren poppen geplaatst om te laten zien hoe moeilijk en zwaar het werk in die tijd was.

De groep met wie ik in het museum was, was ook super leuk. Ik stelde voor om met zijn allen was te eten na het museumbezoek. We zijn eerst met zijn alleen een paar biertjes wezen doen, vervolgens zijn we uiteten geweest (waar we voor €1,50 3 gangen en een drankje kregen), en tenslotte hebben we nog een klein dansje gewaagd.

De volgende ochtend had ik mijn toer naar de mijnen. Omdat het een officiële feestdag was, waren er helaas geen mensen aan het werk in de mijn, maar het voordeel was wel dat er ook geen andere groepen toeristen waren. Ik was de enige toerist met mijn gids en er was een groep van de televisie van een Zuid-Amerikaans land die een reisprogramma aan het opnemen waren, ik kom dus in de komende dagen ergens in de wereld op televisie! De toer door de mijn was echt heel vet! Eerst kreeg ik een heel mijnwerkerspak aan met helm, laarzen, hoofdlamp en een blauw pak. Vervolgens gingen we naar een marktje om wat cadeautjes te kopen voor de mijnwerkers. We kochten cocabladeren, sigaretten, alcohol (96%), en dinamiet. Mijn gids is ook mijnwerker geweest en kon dus heel veel vertellen over de mijn. De mijnwerkers geloven in 3 goden: Pachamama (moeder aarde, oftewel de berg), Jesus (de beschermheilige) en de duivel (de heerser in de berg). Omdat de mijnwerkers in de berg werken, moeten ze de duivel te vriend houden. Bij de ingang van de mijn zat een groot rood beeld wat deze duivel moest uitbeelden met koeienhorens, zilveren ogen en een rechtopstaande enorme penis. Mijn gids liet me het ritueel zien die alle mijnwerkers daar elke dag doen. Hij gooide de cocabladeren en de alcohol over de duivel heen, over het hoofd, de ogen, de schouders, de borst, de opengevouwen handen, de penis en op de grond voor de pachamama. En vervolgens dronk hij zelf van het flesje 96% alcohol en lachte hij alsof er niets aan de hand was. Hij vertelde dat als je niet lachte de duivel kon denken dat hetgeen je hem gegeven hebt niet goed was, dus dan zou de duivel zich tegen je keren. Het verhaal om de enorme penis was dat de mijnwerkers geloven dat de duivel en de pachamama een relatie hebben en dat je penis vruchtbaar moet houden met cocabladeren en alcohol, zodat pachamama en de duivel zo veel mogelijk mineralen kunnen maken in de berg. Na dit hele ritueel zijn we de mijn ingegaan. We liepen eerst een lange gang in waar naar een paar honderd meter opeens allemaal grote stenen in het pad op de treinbaan lagen. Dat betekende dat dat deel die ochtend was ingestort, dus dat het te gevaarlijk was om door te lopen. We zijn een stukje terug gelopen om vervolgens door heel smalle gangetjes, lage tunneltjes (50cm) en stijle trappetjes een heel stuk omhoog zijn geklommen naar een plek waar de mensen werken en de machines stonden. Het was echt bizar om te zien onder wat voor barre omstandigheden die mensen nogsteeds werken en dat dinamiet de normaalste stof van de wereld is, geen wonder dat de gemiddelde mijnwerker maximaal 40 jaar oud wordt. Nadat we weer door deze spelonken terug naar beneden waren, kon je overal in super diepe gaten kijken. Mijn gids vroeg ik ergens 70meter naar beneden wilde. Ik dacht dat hij een grap maakte, dus ik zei ja. Fack, wat is 70m over glibberige moddertrappetjes, door smalle schachten en onder lage tunneltjes ver, en dan te bedenken dat we ook weer terug omhoog moesten… Al met al echt een top ervaring!

Die zelfde avond had ik een bus van Potosi naar Sucre. Deze stad was tot 1899 de hoofdstad van Bolivia, maar nu moet het die titel delen met La Paz. Toen ik ’s avonds aankwam was er niemand in mijn hostel om samen mee te eten, dus ben ik in mijn eentje naar de plaza gelopen. Op de plaza kwam ik toevallig het grootste deel van de groep mensen uit Potosi tegen! Zij waren heel toevallig (22uur) ook opzoek naar een restaurantje om te eten, dus heb ik me maar bij hen aangesloten. Uiteindelijk is het nog een super gezellige avond geworden.

Gister ochtend ben ik opzoek gegaan naar een toer in Sucre. Ik kwam aan bij een reisbureautje die me vertelde dat er 2 soorten toers waren; 1 op ‘kleine’ motoren en 1 met paarden. Omdat paarden nou niet echt mijn ding is vroeg ik verder naar de motoren. Deze bleken echter alles behalve klein te zijn. Toen ik bovendien vroeg of er enige verzekering bij zat, keken ze me aan alsof ik om een Arabische sjeik als gids had gevraagd. Dan dus toch maar de paarden.. Het was de 2e keer in mijn leven op een paard, dus ik kreeg in 5 minuten een spoedcursus ‘hoe bestuur ik een paard’. Het ging me allemaal vrij goed af, behalve dat als dat hij stilstond ik hem nooit meer aan de praat kreeg. We deden een tocht van 2 uur door de bergen, langs rotswanden en over smalle paadjes op de heuveltoppen. In het begin liepen we heel rustig. Later vroeg ik of we iets harder konden en gingen we in draf, wat is dat verschrikkelijk zeg, net alsof je op een trilplaat zit. Gelukkig gingen we na een paar minuten in galop. Ik ben in die beugels gaan staan en het paard gaf het ritme aan. Hier in Zuid-Amerika bewaar ik normaal mijn waardevolle spullen, dus mijn pinpas, kleingeld, briefgeld, usb-stick en mobiel, in mijn bh. Dit gaat altijd bijzonder goed, totdat je paard gaat galopperen blijkbaar. Toevallig ving ik mijn pinpas nog net op, mijn mobiel was afgezakt tot mijn broekzak en de rest kon ik nog half terug stoppen. Maar het was echt super leuk om te doen, vooral in galop!

Gister avond stuurde een Australisch meisje, die ik in de bus had ontmoet, mij een facebook berichtje om te vragen of ik met haar en een vriend wilde eten. Dus iok heb gister avond ook gezellig gegeten met haar en een Zwitserse jongen. Vanochtend heb ik een stadstoer gedaan. We zijn naar de begraafplaats geweest, waar ook een heel deel was voor gevluchte Duitsers na de 2e wereldoorlog, maar ze lagen daar begraven alsof ze helden waren. Na de begraafplaats zijn we naar een groot park gegaan waar alles geïnspireerd was op Europa. De belangrijkste mensen uit de stad hebben allemaal in Frankrijk gestudeerd, dus deze invloed is heel goed te zien in dit park. Er was zelfs een soort replica van de Eiffeltoren. Tenslotte zijn we nog naar een museum geweest over de klederdracht hier in Sucre in de 19e eeuw. Dit was letterlijk de klederdracht van West-Europa van de 17e en 18e eeuw, het was net alsof ik door het openluchtmuseum in Arnhem liep. Er lagen zelfs portemonneetjes uitgestald die je bij oudere mensen in Nederland nog steeds ziet.

Nu heb ik even tijd om me voor te bereiden op mijn 13 uur durende nachtbus naar de grens met Argentinië. Morgen zal ik mijn reis in dit land voortzetten.

← Vorige bericht

Volgende bericht →

3 Comments

  1. Diana

    Wat kan je toch leuk schrijven.
    Elke ochtend kijk ik uit naar je bericht!

    Groetjes papa

  2. Ronald Elderhorst

    Alweer een leuk verslag van tunnels in mijnen.
    Ik rijd alleen door de Schipholtunnel en de Coen(is je auto nog heel?) tunnel!
    Veel plezier in Argentinië.

  3. Hoi Diana
    Dat was dus echt canyoing !
    En verbazing wekkend dat jij nog eens van paardrijden gaat houden 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *